morgenstond

wake up early and tackle the day before it tackles you · ik had wat anders in gedachten voor het weekend, maar nu zit ik zaterdagmorgen om acht uur ’s morgens van me af te schrijven. In het zonnetje dat door het stalraampje op het bureau schijnt. In alle rust, alhoewel dat niet lang meer zal duren, aangezien ik boven gestommel hoor. Ik heb zelden zo onrustig geslapen. Seber mekkerde de hele nacht door – ik vermoed keelpijn en een verstopte neus – en Eden viel rond kwart over drie uit bed. Daarna kon ik niet meer slapen. Mede door het bos dat naast me om werd gezaagd. Ik werd er helemaal geïrriteerd van, dat ik de rust niet kon vinden. Tot ik het vroege zonlicht naar binnen zag vallen. Toen ben ik maar opgestaan en heb ik een poging gedaan er het beste van te maken. Een vroege start in stilte; dat komt niet zo vaak voor en dat is ook heel fijn.

Ik heb zo stil mogelijk mijn gezicht in een koude plons water gehouden, me met zorg aangekleed en toen heb ik buiten voor het huis op een bankje wat gelezen, thee gedronken en geluisterd naar de vogeltjes. Al snel zat ik weer te denken. Van wat ik las naar wat ik hoorde. De zon werd bedekt door wolken en ik was me ervan bewust dat ik – net als de keuze om op te staan en niet gefrustreerd te gaan woelen – ervoor kon kiezen om niet te rillen van de kou, maar die koelte zijn werk te laten doen. Wakker worden, opwekken, verkwikken. Ontvangen wat je krijgt en niet drammen om iets anders, om meer of om beter.
De zon kwam achter de wolken vandaan en verdween weer, het zachte licht versterkt de boodschap van de goede, nieuwe morgen. Ontvangen is zo veel beter dan opeisen, afdwingen, zuchten en teleurstelling voeden. Ik kookte eitjes, bakte broodjes, dekte de tafel en zette koffie. De kinderen kwamen om de beurt uit bed en ik hielp mijn man aan een bak koffie om wakker te worden.

Een zoete vroege morgen. Ik heb het me al een eerder voorgenomen om vroeg op te staan. Meer tijd om in afzondering te lezen, de dag voor te bereiden en te ontvangen. Door uit mijn bed de dag in te rollen, ontneem ik mezelf deze aangename start. Het is in het gezin toch vaak meteen ‘aan staan’, dienen en organiseren. Afgelopen jaar waren we zoveel samen thuis, dat het zoeken is naar rust overdag, terwijl ik het gevoel heb die rust juist beter te moeten bewaken. Natuurlijk vielen er veel activiteiten weg en daarmee ook een heleboel onrust, maar het gezinsleven blijft iets wat ik er niet even bij doe. En dat wil ik ook niet. Ik wil het zo graag met toewijding doen. Met een opgewekt hart en een geheven hoofd, een lach op mijn gezicht en ijverige handen. En door deze onverwachte vroege en frisse morgen, heb ik een goed begin kunnen maken.

Dit zal ik mij ter harte nemen, daarom zal ik hopen;
Het zijn de goedertierenheden des HEEREN, dat wij niet vernield zijn,
dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben;
Zij zijn allen morgen nieuw, Uw trouw is groot.
De HEERE is mijn Deel, zegt mijn ziel, daarom zal ik op Hem hopen.
De HEERE is goed dengenen, die Hem verwachten, der ziele, die Hem zoekt.
Het is goed, dat men hope, en stille zij op het heil des HEEREN.

Klaagliederen 3:21-26